De Broedergemeente en het beschavingsoffensief

Kerkgebouw 'We eegi kerki'

Kerkgebouw ‘We eegi kerki’

In het nieuwe kerkgebouw van Amsterdam-Zuidoost “Wi Eegi Sani” waren we op 17 april getuige van een geanimeerde lezing en gedachtewisseling over dit onderwerp. De inleider, dr. Frank Dragtenstein, introduceerde zichzelf als iemand met degelijke EBG-roots. Hij typeerde zijn onderwerp als een offensief, wat bij eerdere presentaties wel als confronterend overkwam.

We waren zo bij voorbaat gewaarschuwd, maar hij bracht zijn verhaal met overtuigingskracht, gedocumenteerd door oude foto’s en kranten, en met charme. Zo veroverde hij zijn gehoor.

Allereerst door wat hij te zeggen had in een breder kader te plaatsen. Hij plaatste de rol van de EBG-zending en van de Nederlandse regering.in de internationale verhoudingen van toen. Met die insteek besprak hij de periode 1863-1914. Er was toen wereldwijd een soort Europeanisering in de internationale berichtgeving. Bijv. bij de onderdrukking van de “Boxer-opstand” in China en bij beelden uit de Atjeh-oorlog in wat nu Indonesië is, was het suggererende commentaar: “Hier wordt iets grootsch verricht!” Europese vorsten en politici werden op een voetstuk geplaatst in de toenmalige kranten, de Volksbode, bedoeld voor de gewone man,  en de West-Indiër, bedoeld voor de bovenlaag in Suriname.

Om wie ging het? Dr. Dragtenstein noemde een totaal van 52.000 inwoners, ca. 33.500 vrijverklaarden verspreid over 220 plantages, 3000 blanken en 15.000 eerder vrijverklaarden.

Het beschavingsoffensief was een gecoördineerde cultuurpolitiek die ook door de zendelingen ondersteund werd. Met name belichtte hij de zgn. “majesteitscultus”, d.w.z. eenzijdig blanke berichtgeving over Europese vorstenhuizen en politieke ontwikkelingen werden op een voetstuk geplaatst. Zo vielen mensen in de straten Paramaribo op hun knieën om God in tranen te danken bij de geboorte van prinses Wilhelmina. Koning Willem de III werd als een held van de emancipatie afgebeeld en bezongen.

Bij dat alles sprak men van de noodzaak van “disciplinering” van de ex-slaven. In naburige gebieden sprak men van “apprenticeship” (Guyana), “association” (Frans Guyana) of “patronato” (Venezuela). Deze politiek vond via onderwijs, kerkelijke tucht en de bezoeken van de Disrictscommissisaris – die tegelijk rechter was – verder ingang. De zendelingen werkten hieraan mee. Zo bijv. A. Bau: “Er is zelden verzet tegen de gevestigde orde. Zelfs kinderen hadden een zekere ingeboren vrees voor de Europeanen.” Bepaalde onbegrepen gebruiken werden geduid als afgoderij, en ook onschuldige dingen zoals borden, schotels, bierkruiken en zijden kleding, die Drexler, een bezoekende zendeling (of DC?) verdacht voorkwamen, werden als afgodisch bestempeld en in de rivier gedumpt.

Na de pauze werden er verschillende vragen gesteld en beantwoord, wat een geanimeerde interactie opleverde. O.a. over de rol van het warenhuis Kersten (werkten zij mee aan genoemde politiek, of waren ze juist emanciperend? Speelde zending en scholing werkelijk een hoofdrol in het genoemde offensief? Of was het uit Afrika geërfde stambewustzijn ook van invloed?

Een hamvraag was: Wat herdenken wij precies op 1 juli? Hierop werd genuanceerd gereageerd, ongeveer als volgt:. Sommigen zijn al blij met de erkenning (van vroeger onrecht). Voor anderen zal het een impuls voor verdere studie zijn. Veel nazaten hebben hun weg gevonden en vonden een evenwicht.

De gespreksleider, br. Frank Ollivieira, memoreerde nog als uiting van genoemde disciplineringscultuur de odo “sakafasi moe de yu krosi”. Dragtenstein benadrukte ook dat zijn presentatie een greep was. Het vele goede dat ook verricht is liet hij niet ongenoemd. Zr. Mildred Uda Lede, tenslotte vatte de conclusies goed samen met de vaststelling, dat bij alles wat er mis is gegaan, het toch voor de EBG pleit dat zij het onderwerp op de kaart heeft geplaatst.

Zo beantwoordde deze lezing in het kader van de Keti Koti activiteiten aan haar doel: in het reine komen met onrecht in het slavernijverleden

Am 17 April hat der fünfte und letzte Vortrag ‘Unterwegs zum 1.Juli 2013‘ staatgefunden. Gastgeber war diesmal die BG Amsterdam Zuidoost in ihrem neuen Kirchensaal ‚We eegi kerki‘. Der Historiker Dr. Frank Dragtenstein sprach über die Erziehungsoffensive, mit der zu Sklaven gemachten auf die Freiheit vorbereitet wurden und später auch auf das Leben in der Gesellschaft vorbereitet werden sollten. Auch die Brüdergemeine hat durch ihre Schulen an dieser Offensive mitgearbeitet.

Br. Dragtenstein sprach erst über das Umfeld in dem die Freilassung der zu Sklaven gemachten stattfand und welche Zielen und Ideale bei der Erziehungsoffensive  eine Rolle gespielt haben. Diese Kampagne war auf die etwa 33.5000 Friegelassenen gerichtet, die auf 220 Plantagen arbeiteten.

Ausführlicher ging er unter anderem auf dem ‚Majestätskult’ ein. Die Verehrung des niederländischen Königs Wilhelm III. und die Darstellung, dass dieser Kónig die Skalven freigelassen hätte, wurde eingesetzt, um den neuen Bürger Vaterlandsliebe und Loyalität bei zu bringen.

Nach der Pause kam es unter Leitung von br. Franklin Ollivieira zu einer lebendigen Diskussion in der unter anderem auch nach der Rolle der Brüdergemeine damals und heute gefragt wurde und überlegt wurde, welchen Platz die Feier von 150 Jahre Keti Koti in der Bewältigung der Vergangenheit einnehmen kann. 

Reacties zijn gesloten.